De missie van Dalaras

11 november 2009

Giorgos Dalaras is al jaren een meester in de overschrijding van de grenzen van de Griekse muziek. Hij maakte in zijn lange loopbaan niet alleen traditionele rembetika-muziek, maar wierp zich ook op de lichtere laïka. Hij zong in het Grieks, maar nam daarnaast Joodse, Arabische en Spaanstalige nummers op. Ook in zijn samenwerking met andere musici zocht hij voorbij de landsgrenzen. Hij speelde met Sting en Bruce Springsteen, maakte muziek met de Servische Goran Bregovic, de jazz-zangeres Joan Faulkner en werkte in 2005 op de CD Mesogios samen met de Portugese Dulce Pontes, de Italiaan Eddy Napoli en de Arabische Mira Anwar Awad.

In zijn zoektocht naar nieuwe muziekgenres en andere culturen kijkt hij ook naar 'het andere' binnen eigen land. Zo werkt hij op de CD Mesogios naast de genoemde musici ook samen met Halil Moustafa, een Turkssprekende muzikant uit Komitini, die zich met zijn band Balkanatolia in de afgelopen jaren een pleitbezorger van het multiculturele Thracië toonde. En deze week stuitte ik, op zoek naar Griekse nummers over vluchtelingen en migranten, op Dalaras' CD Erima Choria.

Dalaras2

De CD bevat muziek van de accordeonist Dasho Kurti. Deze Albanese musicus werd in 1972 in Elbasan in Centraal-Albanië geboren, maar vluchtte in 1993 naar Griekenland. Twee jaar later trad hij al op in de Griekse zalen, werkte kort daarna met het orkest van Manos Hadjidakis en een aantal jaren later ging Dalaras de samenwerking met hem aan. Voor deze CD werd de Albanese muziek van Kurti gebruikt en werden daar Griekse teksten aan toegevoegd. De nummers gaan over migratie, leegloop van dorpen en hoop op een betere toekomst. Dalaras en de andere musici reisden tijdens de promotietour van deze CD in het voorjaar van 2006 dan ook niet alleen naar de concertzalen in de grote steden, maar ook naar de afgelegen Griekse gebieden. Daar, in regio's als Epirus en Macedonië, zijn de meeste Erima Choria, of verlaten dorpen, te vinden. Een half jaar na het verschijnen van deze CD, in oktober 2006, werd Dalaras' missie blijkbaar ook door de Verenigde Naties opgemerkt. De musicus werd benoemd tot Goodwill Ambassador van de UNCHR, de vluchtelingenorganisatie van de VN.

Voor de volledigheid is hier de Griekse tekst van het titelnummer, inclusief de Engelse vertaling. De uitvoering van het nummer is onder meer via youtube te vinden.

Έρημα χωριά
μέσ' το τραίνο για τα σύνορα
άνοιξη βαριά στης καρδιάς τη ζυγαριά
άγνωστα πουλιά μέσ' τα φύλλα που θροίζουν
και σε τόπους που μυρίζουνε βροχές, άγριες βροχές
μυρίζουνε βροχές, άγριες βροχές.

Έρημα χωριά
σαν το δάκρυ μου που κράτησα
σαν τα μάτια σου π' αγάπησα
και τα παίρνω μακριά σαν τα έρημα χωριά
σαν τα έρημα χωριά.

Έρημα χωριά
λίγο έξω απ' τα σύνορα
βλέμματα θεριά, άλλου κόσμου μαχαιριά
άλλου κόσμου η μαχαιριά.

Τώρα νοσταλγώ
τα φιλιά που δε μετρήσαμε
τα τραγούδια π' αγαπήσαμε
και τα παίρνω μακριά σαν τα έρημα χωριά
σαν τα έρημα χωριά.

Abandoned villages
on the train towards the border
spring weighs heavy in the balance of the heart
unknown birds among the rustling leaves
and in places that smell of rain, heavy stormy rain
they smell of rain, heavy stormy rain.

Abandoned villages
like the tears which I held back
like your eyes, which I loved
and which I take away with me
like the abandoned villages.

Abandoned villages
a little way outside the border
glances that are wild animals
another world's knife stabbing.

Now I long
for the kisses we did not count
for the songs we did love
and which I take away with me
like the abandoned villages.

5-11-09

Sporen van het Ottomaanse rijk

Sporen van het Ottomaanse rijk

5 november 2009

De ruiter te paard ziet er indrukwekkend uit. Het standbeeld staat op een hoog marmeren blok, waardoor je gedwongen bent naar hem op te kijken. Ik heb iets soortgelijks een paar dagen eerder ook al gezien op de kade in Thessaloniki, waar Alexander de Grote vanuit een grote hoogte op de mensen neerkijkt. Een dergelijk monument ter ere van 'de grootste Griek aller tijden', zoals hij vaak wordt genoemd, is begrijpelijk. Maar de man die hier is uitgebeeld, is een representant van het Ottomaanse rijk. De ruiter is getooid met baard en tulband en lijkt een zwaard te trekken.

Kavala1

(Foto: Kavala, standbeeld Mohammed Ali)

In de afgelopen twee eeuwen zijn de sporen van de Ottomaanse geschiedenis in Griekenland moedwillig verwoest of in het beste geval verwaarloosd. Terwijl ik ongeveer een jaar geleden in Athene met veel moeite zocht naar overblijfselen van de Ottomaanse geschiedenis, is hier in de Noordgriekse stad Kavala nog veel Ottomaanse architectuur te vinden. De stad lijkt zelf trots op de sporen van haar overheersers.

Het meest opvallende monument is het grote 16e eeuwse aquaduct Kamares, symbool van de stad. Het is gebouwd door Süleyman de Grote, de 10e sultan van het Ottomaanse rijk, die bestuurlijk en militair van grote betekenis was, maar ook bekend stond om zijn architectonische bouwwerken. Via het aquaduct werd water vanuit de heuvels naar de oude stad gevoerd.

Kavala5_2

(Foto: Kavala, aquaduct Kamares)

Als ik rechts van het aquaduct een klein straatje insla, bevind ik me al snel in een wijk die grotendeels bestaat uit panden uit de periode dat Griekenland nog onderdeel was van het Ottomaanse rijk. Deze wijk, Palea Poli (oude stad) of Panagia genoemd, ligt op een heuvel. Op de top van de heuvel staat het standbeeld van de ruiter. Het gaat om Mohammed Ali, ook wel Mehmed Ali genoemd. Hij was de zoon van een rijke tabakshandelaar van Albanese afkomst, die hier in Kavala woonde. Mohammed werd geboren in 1769 en maakte carrière in het Ottomaanse leger. Toen Napoleon Egypte bezette, gaf de sultan Mohammed opdracht hem te verslaan. In Egypte werd hij tot gouverneur benoemd. In die positie voerde hij vele economische, militaire en culturele hervormingen door.

Niet alleen het standbeeld herinnert aan deze beroemd geworden inwoner van Kavala. Als ik verder door de nauwe straatjes loop, stuit ik op het straatnaambordje Odos Mohammed Ali. Verderop ligt ook zijn geboortehuis. Daar is nu een klein museum gevestigd. Als ik weer naar beneden richting haven loop, stuit ik op het Imaret. Mohammed liet dit enorme complex in 1817 bouwen. Het deed dienst als een madrassa, een islamitische school waar de studenten ook konden wonen, en fungeerde later als gaarkeuken voor armen. Vanaf de jaren '20 van de 20e eeuw konden Griekse vluchtelingen uit Klein-Azië hier terecht voor een maaltijd en een bed. In de tweede helft van de 20e eeuw raakte het gebouw in verval. In mijn reisgids, de Insight Guide uit het jaar 1997, lees ik: "You can push open the heavy wooden gate and ramble through its now desolate court yards." Dat blijkt inmiddels niet meer het geval. Als ik de poort open duw, sta ik in een luxe portaal van een duur hotel. Het gebouw, nu in handen van de Egyptische overheid, werd een aantal jaren geleden met veel geld en aandacht in de oude stijl gerenoveerd. Sinds 2004 huist er een prachtig vijfsterren hotel, waar de goedkoopste kamers 350 euro per nacht kosten, maar voor de liefhebbeer ook kamers van 1500 euro beschikbaar zijn. Het complex staat bekend als het grootste nog bestaande moslim-monument van Griekenland.

Kavala2

(Foto: Kavala, het Imaret)

Ik besluit mijn tocht langs de Ottomaanse sporen van Kavala af te sluiten bij taverne Ali Xalili, recht tegenover hotel Imaret. Hier zijn de prijzen gelukkig ook nog Ottomaans: voor 14 euro heb ik een fantastische maaltijd van verse gegrilde sardines en choriatiki, met brood en een fles wijn.

Kijk voor meer informatie en foto's op www.imaret.gr